Singraven niet, zoals bijna alle voormalige havezaten in Twente, te gronde is gegaan, is alleen te danken aan de inkomsten uit haar in ­ dustries nevenbedrijven, te weten de brandewijnstokerij en de mo- lens. Het Huis werd in zijn oude luister hersteld. Nadat de laatste Roessingh Udink in 1914 was overleden verkocht zijn vrouw Singraven aan Jan Adriaan Laan, eigenaar van een rijst- pellerij in de Zaanstreek. Na zijn overlijden in 1918 erfden zijn dochter Agatha en zijn jongste zoon Mr. Jan Willem Frederik Laan het landgoed. Agatha Laan stierf reeds op 21 januari 1922, waardoor Mr. Laan, geboren in 1891, enig eigenaar werd. In de ruim 40 jaren van zijn beheer hield hij zich bezig met de bosbouw en heeft een bos-areaal opgebouwd, dat tot voorbeeld kan strekken voor ons hele land. Ook werden oude boer- derijen en woningen voor personeel afgebroken en ten dele door nieuwe, modern ingerichte vervangen. Hij gaf aan het Huis zijn te- genwoordige gestalte en bewerkstelligde een aanzienlijke ver- rijking van het interieur. Gedurende de twee laatste jaren van de Tweede Wereldoorlog was het Huis Singraven in beslag genomen, eerst ten behoeve van hulp- behoevende geSvacueerden uit het westen des lands, daarna ten behoeve van de ’’Deutsche Wehrmacht”, terwijl het na de aftocht der Duitsers Britse troepen binnen zijn muren zag. In de maand juli 1945 werd het voorgoed ontruimd. Het Huis, ernstig beschadigd in het bijzonder ten gevolge van de evacuatieperiode, meer dan door de troepen van vijand en vriend, verkeerde toen in een deplorabele, uitgewoonde toestand. Ten einde het bezit veilig te stellen, droeg Mr. Laan het op 13 juni 1956 over aan de Stichting Edwina van Heek te Enschede, onder voorbehoud van levenslang vruchtgebruik. Na zijn overlijden op 17 juni 1966 werd zij per testamentaire be- schikking tevens universeel erfgename en eigenaresse van zijn ver- mogen en daarmee eveneens van de gehele inventaris van het Huis Singraven. De Stichting beheert hier thans te zamen met het aangrenzende Borg-Beuningen, dat reeds eerder in haar bezit was gekomen, een totale opperviakte van 411 ha, waarvan ca. 275 ha bos en natuurter- reinen. Met hoeveel kennis van kunst en kunstnijverheid uit de 17de en vooral ook 18de eeuw gepaard met een verfijnde smaak, geduld en doorzettingsvermogen moet Mr. Laan gedurende een lange reeks van jaren belangrijke bedragen hebben besteed om het Huis met een hoeveelheid meubelen en kunstvoorwerpen van kwaliteit stijl- vol aan te kleden, zoals hij het zich als verzamelaar voorstelde te