met kagchel’. In 1886 werd een nieuwe centrale verwarming in de rest van het kas- teel aangelegd. Opdracht hiervoor kreeg George Jennings, ‘hydraulic and sanitary engineer’ in Londen. De firma Davis & Bennett uit Londen leverde als onderaan- nemer de kolengestookte ketel met daarbij een waterreservoir. De ketel, calorifere genoemd, berust op lage druk lucht/ stoomverwarming. Met de ketel werd warme lucht van 40-6o°C via buizen naar de te verwarmen vertrekken geleid. In de radiatoren condenseerde de lucht. De gecondenseerde stoom (condensaat) stroomde naar de ketel terug en werd weer tot stoom gemaakt. In 1938 werd het systeem vervangen door een oliegestookte verwarmingketel die in 1952 werd om- gebouwd op gas. De oude verwarmings- installatie uit Engeland is destijds niet verwijderd en nu als industrieel erfgoed te bewonderen. In de schaduw van de oude ketel, tegen een wand in de stookkelder, is de schakel- kast van de houtgestookte cv-installatie ge- plaatst. Zo is oud toch weer met nieuw verbonden. Helmig Kleerebezem De calorifere ketel van Davis <sj Bennett in het onderhuis. Dromen bij de watermolen Zonne-, water- en windenergie zijn ge- vleugelde woorden in de hedendaagse samenleving. Bij de opwekking moeten de voordelen op het gebied van economic en milieu worden afgezet tegen de nadelen. Om die reden was ik altijd sceptisch tegen- over zonne- en windenergie. De rende- menten zijn volgens mij de investering nietwaard. Mijn slogan luidde destijds dan 00k ‘wind en zonne-energie is voor de verlichting van luchtkastelen Met de voortschrijding van de techniek en de realisatie van grootschalige wind- molenparken moet ikenigszins hierop terugkomen. Al blijft het een vorm van horizonvervuiling. Al met al hebben wind en zonne-energie een ontwikkeling door- gemaakt. Maar hoe zit het met water? In het buitenland vormt water een dankbare energiebron. Op grote schaal werken waterkrachtcentrales bij stuw- meren zogeheten ‘witte elektriciteit’ op. Bij mijn bezoek onlangs aan de water- radmolen in Lage (voor het eerst genoemd in 1270) droomde ik even weg: waarom plaatst men in het molen- gebouw geen dynamo voor opwekking van elektriciteit? Dat zou goed passen in het kader van een schoner milieu. Deze gedachte is niet nieuw. Eind 1920 leverde deze watermolen met een dynamo de elektriciteit voor de ‘Herrlich- keit Lage’. In het boek ‘LAGE Geschichte und Geschichten staat het zo aardig be- schreven: "In der Wassermuhle richtet man 2 Raumefur den Dynamo und fur die Batte- rie ein. Ende Dezember 1920 leuchten die er- sten Lampen auf zahlreiche Neugierige be- lagern die Muhle, wo das Lichtfur das Dorf ‘gemacht’ wird". De stroomlevering had na verloop van tijd geen bestaansrecht. Door watergebrek in de Dinkel liet deze ‘moderne verlichting’ de dorpelingen nog al eens ‘deerlijk in den steek’. Zes jaar later werd Lage aangesloten op het openbare net. Wetende dat het verval in de water- lopen op Twickels grondgebied nog al ­ tijd miniem is, zal deze vorm van stroomopwekking in de toekomst alleen met enorme investeringen tot de moge- lijkheden behoren. Helmig Kleerebezem Watermolen van Lage omstreeks 1920.